G69 ἀγρυπνέω
voorzichtig, aandachtig, klaar zijn
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

agrup'neo, ww uiteindelijk van α G00001 (als ontkennend voorvoegsel) en ὕπνος G05258; TDNT - 2:338,195;


1) zonder slaap zijn, wakker blijven, waken 2) voorzichtig, aandachtig, klaar zijn


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀγρυπνέω, -ῶ (< ἄγρυπνος, seeking sleep ; < ἀγρεύω, ὕπνος), [in LXX chiefly for שׁקד H8245;] to be sleepless, wakeful (Theogn., Xen., al.); metaph. (LXX) = cl. ἐγρήγορα, to be watchful, vigilant: Mk 13:33, Lk 21:36, Eph 6:18, He 13:17.†

SYN.: γρηγορέω, q.v.; νήφω, associated with γ. in I Pe 5:8, expressing a wariness which results from self-control, a condition of moral, not merely mental alertness (v. M, Th., I, 5:6).

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀγρυπν-έω,
  perfect ἠγρύπνηκα Hippocrates Medicus “προγνωστικόν” 2 :—lie awake, pass sleepless nights, Theognis Elegiacus 471, Hp. same place, Plato Philosophus “Leges” 695a, etc. ; opposed to καθεύδω, Xenophon Historicus “Institutio Cyri (Cyropaedia)” 8.3.42 ; ἀγρυπνεῖν τὴν νύκτα to pass a sleepless night, prev. author “HG” 7.2.19, Menander Comicus 113 ; οἱ -οῦντες sufferers from insomnia, Dioscorides (Dioscurides) Medicus 4.64.
__2 metaphorically, to be watchful, LXX.Wis.6.15, NT.Mark.13.33, NT.Eph.6.18; ὑπὲρ τῶν ψυχῶν NT.Heb.13.17; ἐπὶ τὰ κακά LXX.Dan.9.14+NT: with infinitive, μηθέν σε ἐνοχλήσειν “PGrenf.” 2.14a3.
__3 with accusative, lie awake and think of, τινά “PMag.Par.” 1.2966.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀγρυπνία G70 "slapeloosheid, waken"; Grieks ὕπνος G5258 "slaap";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

StudieboekenStudieboeken