G71 ἄγω
leiden, meenemen, aanvoeren, feest vieren (een), gaan, weggaan, vertrekken
Taal: Grieks

Onderwerpen

Feestvieren,

Statistieken

Komt 76x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

'a-go, ww. een grondwoord;


1) leiden, meenemen; 1a) leiden door vast te pakken en zo naar de plaats van bestemming te brengen: van een dier; 1b) leiden door te vergezellen naar een plaats; 1c) meebrengen, aan zich hechten als bediende; 1d) aanvoeren, brengen; 1e) wegvoeren, naar een gerechtshof, rechter, enz.; 2) aanvoeren, leiden; 2a) leiden, de weg wijzen; 2b) leiden door, aanleggen door, b.v. muren, waterleiding; 2c) bewegen, dwingen: van machten en invloeden op de geest; 3) de dag doorbrengen, een feest vieren, enz.; 4) gaan, weggaan, vertrekken;


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἄγω, [in LXX for בּוא H935 hi., לקח H3947, נהג H5090, etc.;] 1. to lead, bring, carry: c. acc., seq. ἐπί, εἰς, ἕως, πρός and simple dat.; metaph., to lead, guide, impel: Jo 10:16 Ro 2:4, He 2:10, II Ti 3:6, al. 2. to spend or keep a day: Lk 24:21, Ac 19:38 3. Intrans., to go: subjunc., ἄγωμεν, Mt 2:46, al. (Cramer, 61; MM, VGT, s.v.).
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄγγελος G32 "boodschapper, gezant, engelen"; Grieks ἄγε G33 "ga naar, kom!, kom nu!"; Grieks ἀγέλη G34 "kudde"; Grieks ἄγρα G61 "vangen, jagen"; Grieks ἀγρός G68 "land, veld, grondbezit, akker"; Grieks ἀγωγή G72 "voeren (het), leiding, levenswijze"; Grieks ἀγών G73 "bijeenkomst, vergadering, conflict"; Grieks ἀνάγω G321 "omhoogvoeren, onder zeil gaan"; Grieks ἄξιος G514 "wegend, gewicht hebbend, passend, gepast, overeenstemmend"; Grieks ἀπάγω G520 "wegvoeren"; Grieks ἀρχηγός G747 "vorst, leider (voornaamste), auteur, maker"; Grieks διάγω G1236 "overzetten, doorbrengen, leven"; Grieks δουλαγωγέω G1396 "slavernij voeren (in)"; Grieks εἰσάγω G1521 "binnenbrengen"; Grieks ἡγέομαι G2233 "leiden"; Grieks κατάγω G2609 "benden brengen (naar)"; Grieks ναυαγέω G3489 "schipbreuk lijden"; Grieks παιδαγωγός G3807 "goeverneur"; Grieks παράγω G3855 "passeren"; Grieks περιάγω G4013 "rondleiden, rondgaan, rondwandelen"; Grieks προάγω G4254 "voorschijn brengen (te)"; Grieks προσάγω G4317 "leiden, brengen"; Grieks στρατηγός G4755 "legercommandant"; Grieks συλαγωγέω G4812 "buit wegslepen"; Grieks συνάγω G4863 "samenbrengen, bijeenbrengen, vergaderen, verzamelen"; Grieks ὑπάγω G5217 "upagw"; Grieks χαλιναγωγέω G5468 ""; Grieks χειραγωγός G5497 ""; Grieks χορηγέω G5524 "";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs