G79 ἀδελφή
zuster, zuster in Christus
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 25x voor in 10 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

a'delphe, zn vr van ἀδελφός G00080; TDNT - 1:144,22;


1) een volle, eigen zuster 2) iemand verbonden door de band van het christelijk geloof


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀδελφή, -ῆς, ἡ (< ἀδελφός), [in LXX for אָחוֹת H269;] a sister: Mt 19:29, al.; metaph. (MM, VGT, s.v.), of a member of the Christian community: Ro 16:1, I Co 7:15 Ja 21:15, al.

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀδελφ-ή, ἡ,
  feminine of ἀδελφός, sister, Trag., E “fragment” 866, etc.; ὁμοπατρία ἀ. Menander Comicus “Γεωργός” 12, compare “PTeb.” 320.5 (2nd c.AD) : Ionic dialect ἀδελφ-εή, Herodotus Historicus 2.56, al. ; Epic dialect ἀδελφ-ειή, 4th c.AD(?): Quintus Smyrnaeus Epicus 1.30 ; Doric dialect ἀδελφ-εά, Pindarus Lyricus “N.” 7.4 , and in lyr, passages of Trag., Sophocles Tragicus “Oedipus Tyrannus” 160, “OC” 535.
__2 kinswoman, LXX.Job.42.11.
__3 term of endearment, LXX.Cant.4.9, LXX.Tob.5.21; applied to a wife, “POxy.” 744.1 (1st c.BC), etc.:—as a title, Βερενίκη ἡ ἀ. καὶ γυνὴ αὐτοῦ (of a cousin) “OGI” 60.3 (3rd c.BC) :—sister (as a fellow Christian), NT.Rom.16.1, etc.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀδελφός G80 "broeder in Christus, broer, medegelovige, landgenoot, medemens, partner";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij