G156 αἰτία
oorzaak, reden, grond
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 20x voor in 8 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ai'tia, zn vr van hetzelfde als αἰτέω G00154;


1) oorzaak, grond, reden 2) reden waarom iemand straf verdient, misdaad 3) beschuldiging, schuld


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

αἰτία, -ας, ἡ, [in LXX: Ge 4:13 (עָוֹן H5771), Pr 28:17 (עָשַׁק H6231), and freq. in Wi, II, III Mac;] 1. cause, reason, occasion, case: Mt 19:3, Lk 8:47, Ac 10:21 22:24 28:20, II Ti 1:6, 12, Tit 1:13, He 2:11 ; εἰ οὕτως ἐστιν ἡ αἰ. (cf. Lat. si ita res se habet, and v. MM. VGT, s.v.), Mt 19:10. 2. (a) accusation: Ac 25:18, 27; (b) cause for punishment, crime: Mt 27:37, Mk 15:26, Jo 18:38 19:4, 6, Ac 13:28 23:28 28:18.†

SYN.: ἔλεγχος, a charge, whether moral or judicial, which has been proven, αἰ. is an accusation simply, false or true.


Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks προαιτιάομαι G4256 "van te voren";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel