G191 ἀκούω
horen, luisteren, opletten, begrijpen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 437x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

a'kouoo, ww, een stam; TDNT - 1:216,34;



Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀκούω, [in LXX chiefly for שׁמע H8085;] to hear, listen, attend, perceive by hearing, comprehend by hearing 1. Intrans.: Mk 4:3 7:37, Ja 2:5, Re 2:7, al.; τ. ὠσίν, Mt 13:15(LXX); c. cogn. dat., ακοῇ ἀ. (v.s. ἀκοή), Mt 13:14, Ac 28:26(LXX); ὁ ἔχων ὦτα (οὖς) ἀκούειν, ἀκουσάτω, Mt 11:15, Mk 4:23, Re 2:7, al. 2. Trans., prop. c. acc. rei, of thing heard, gen. pers., from whom heard (LS, s.v.): Ac 1:4; c. acc. rei, Mt 12:19, Jo 3:8 (Abbott, JG, 76), Ac 22:9, al.; c. dupl. acc., Jo 12:18, I Co 11:18; c. gen. rei, Jo 7:40 (Abbott, JV, 116); τ. φωνῆς (cf. Heb. שָׁמַע בְּקֹול H8085,H6963, Ex 18:19), Jo 5:25, 28 Ac 9:7 (on the distinction bet. this and ἀ. φωνήν, ib. 4, v. M, Pr., 66; Field, Notes, 117; Abbott, Essays, 93f.); of God answering prayer, Jo 9:31, I Jo 5:14, 15; c. acc. rei, seq. παρά, Jo 8:26, 40 Ac 10:22, II Ti 2:2; id. seq. ἀπό, I Jo 1:5; c. gen. pars. seq. ptcp., Mk 14:58, Lk 18:36, al. (On NT usage generally, v. Bl., §36, 5; Cremer, 82.)
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks διακούομαι G1251 "horen (zorgvuldig), horen (volledig)"; Grieks εἰσακούω G1522 "letten op, luisteren naar"; Grieks παρακούω G3878 "er nog bij horen"; Grieks προακούω G4257 "vroeger, eerder horen"; Grieks ὑπακούω G5219 "upakouw";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs