G203_ἀκροβυστία
voorhuid, onbesneden
Taal: Grieks

Onderwerpen

Voorhuid, onbesneden,

Statistieken

Komt 20x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

akrobystia, zn vr van ἄκρον G00206 en waarschijnlijk een vorm van posthe (de penis of het mannelijk geslachtsorgaan); TDNT - 1:225,36; of van ἄκρος en een Semit. stam, cf. Babyl. buśtu 'pudenda', Heb. בּשֶׁת H01322 bōsheth "schaamte")


1) voorhuid (LXX Gen.17:11; Hand. 11:3); 2) onbesneden (Ef. 2;11); 2a) een heiden; 3) een toestand waarin de verdorven verlangens die in het vlees zetelen nog niet zijn uitgedoofd (Col. 2;13)


Bronnen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀκροβυστία, -ας, ή (perh. an Alexandrian form of cl. ἀκροποσθία; cf. MM, VGT, s.v.) [in LXX for עׇרְלָה H6190;] the prepuce, foreskin (LXX), hence abstr., uncircumcision: Ac 11:3, Ro 2:25-27 3:30 4:10-12, I Co 7:18-19, Ga 5:6 6:15, Col 2:13 3:11. By meton., the uncircumcised: Ro 4:9, Ga 2:7, Eph 2:11.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀκρο-βυστία, ἡ,
  foreskin, LXX.Gen.17.11, al., Philo Judaeus “Fragmenta” 49 H., NT.Act.11.3. +1st c.AD+
__II state of having the foreskin, uncircumcision, NT.Rom.2.25, etc.
__II.2 collective, the uncircumcised, prev. work2.26, 3.30, etc. (Prob. from ἄκρος and a Semitic root, cf. Bab. buśtu 'pudenda', Heb. bōsheth 'shame': wrongly derived from ἄκρος, βύω by “Etymologicum Magnum” 53.48.)

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄκρον G206 "verste grenzen, einde, hoogste, uiterste"; Grieks ἐπισπάομαι G1986 "toetrekken (naar zich)";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

StudieboekenStudieboeken