G228 ἀληθινός
waar, waarheidlieved
Taal: Grieks

Onderwerpen

Waarheid,

Statistieken

Komt 27x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ali̱thinos̱, bn van ἀληθής G00227; TDNT - 1:249,37;


1) dat wat niet alleen de naam en de schijn, maar de werkelijke aard heeft die bij de naam hoort, in elk opzicht overeenstemmend met het idee dat door de naam aangeduid wordt, werkelijk, echt 1a) tegengesteld aan wat verzonnen, nagemaakt, denkbeeldig, voorgewend is 1b) het stelt de werkelijkheid tegenover de schijn 1c) tegengesteld aan wat onvolmaakt, zwak, onzeker is 2) waar, waarheidslievend, oprecht


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀληθινός, -ή, -όν (< ἀληθής), [in LXX for אֶמֶת H571;] true, in the sense of real, ideal, genuine: Lk 16:11 Jo 1:9 4:23, 37 6:32 7:28 8:16 15:1 17:3 19:35, I Th 1:9, He 8:2 9:24 10:22, I Jn 2:8 Jn 5:20, Re 3:7, 14 6:10 15:3 16:7 19:2; = ἀληθής, Re 19:9 21:5 22:6 (MM, VGT, s.v.).†

SYN.: ἀληθής G227, q.v

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀληθῐνός, ή, όν,
  agreeable to truth:
__1 of persons, truthful, trusty, στράτευμα, φίλοι, Xenophon Historicus “Anabasis” 1.9.17, Demosthenes Orator 9.12, compare Posidippus Comicus 26 . adverb -νῶς, φιλεῖν Xenophon Historicus “Symposium” 9.5 : superlative -ώτατα Polybius Historicus 39.37.
__2 of things, true, genuine, Plato Philosophus “Respublica” 499c, Aristoteles Philosophus “Ethica Nicomachea” 1107a31 (Comp.) ; especially of purple, πορφυρίς Xenophon Historicus “Oeconomicus” 10.3, compare “Edict.Diocl.” 24.6 ; ἰχθύς Amph.26; πέλαγος Menander Comicus 65; λόγος prev. author “Sam.” 114 ; τὰ ἀ. real objects, opposed to τὰ γεγραμμένα, Aristoteles Philosophus “Politica” 1281b12 ; of persons, ἐς ἀ. ἄνδρ᾽ ἀποβῆναι to turn out a genuine man, Theocritus Poeta Bucolicus 13.15 : Astron., true (opposed to φαινόμενος apparent), of risings and settings, Autolycus Astronomus 1 “Def.” 1, al.
__II adverb -νῶς truly, really, opposed to γλίσχρως, Isocrates Orator 5.142 ; ζῶντα ἀ. really alive, Plato Philosophus “Timaeus” 19b; ἀ. γεγάμηκε; Antiphanes Comicus 221.
__II.2 honestly, straightforwardly, “OGI” 223.17 (from Erythrae).

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀληθής G227 "waar";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel