G335 ἀναίδεια
schaamteloosheid, onbeschaamdheid
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 1x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

anaideia, zn. vr. van een samenstelling van α G00001 (als ontkennend voorvoegsel, cf. ἄνευ G00427) en αἰδώς G00127;


1) schaamteloosheid (Herodotus, The Histories 7.210), onbeschaamdheid (Luk. 11:8; Homer, Iliad 1.149; Homer, Odyssey 22.424);


Bronnen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

** ἀναιδία (Rec. -εία, as in cl.), -ας, ἡ (< αἰδώς), [in LXX: Si 25:22*;] shamelessness, importunity: Lk 11:8 (for exx. from π., v. MM, VGT, s.v.).†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀναίδεια,
  Epic dialect and Ionic dialect ἀναιδεία; Attic dialect also ἀναιδείᾱ Aristophanes Comicus “Fragmenta” 226 , poetry ἀναιδία Hdn.Gr. 2.453 :— shamelessness, ἀναιδείην ἐπιειμένε Ilias Homerus Epicus “Illiad” 1.149; ἀναιδείης ἐπιβῆναι Odyssea Homerus Epicus “Odyssey” 22.424; ἡ γαστὴρ φρένας παρήγαγεν εἰς ἀναιδείην Archilochus Lyricus 78; ἀναιδείῃ διαχρεώμενοι Herodotus Historicus 7.210, compare 6.129; ἀναιδείας πλέα Sophocles Tragicus “Electra” 607 ; μετ᾽ ἀναιδείας, ={ἀναιδῶς}, Plato Philosophus “Phaedrus” 254d; εἰς τοῦθ᾽ ἧκεν ἀναιδείας Demosthenes Orator 18.22.
__II in the Areopagus, λίθος ἀναιδείας was the stone of unforgivingness, on which stood an accuser who demanded the full penalty of the law against one accused of homicide (see. αἰδέομαι 11.3), Pausanias Periegeta 1.28.5 ; compare ὕβρις.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks Α G1 "A, Alpha, Christus"; Grieks αἰδώς G127 "bescheidenheid, verlegenheid, eerbied, achting";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel