G575 ἀπό
scheiding, van
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 656x voor in 27 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

vz een primair voorvoegsel


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀπό (on the freq. neglect of elision bef. vowels, v. Tdf., Pr., 94, WH, App., 146), prep. c. gen. (WM, 462 ff.; on its relation to ἐκ, παρά, ὑπό, WM, 456 f.),[in LXX for מִן H4480, בְּ H1119, לְ H3926;] from 1. (1) of motion from a place: Mt 5:29, 30 7:23, Lk 5:2 22:41, al.; (2) in partitive sense (M, Pr., 72, 102, 245; MM, s.v.; Bl., § 40, 2), Mt 9:16 27:21, Jo 21:10, Ac 5:2, al.; also after verbs of eating, etc.; (3) of alienation (cl. gen. of separation), after such verbs as λούω (Deiss., BS, 227), λύω, σώζω, παύω, etc.; ἀνάθεμα ἀ., Ro 9:3; ἀποθνήσκειν ἀ., Col 2:20; σαλευθῆναι, II Th 2:2, καθαρός, -ίζειν, ἀ. (Deiss., BS, 196, 216), Ac 20:26, II Co 7:1, He 9:14; (4) of position, Mt 23:34 24:31, al.; after μακράν, Mt 8:30; transposed before measures of distance, Jo 10:18 21:8, Re 14:20 (Abbott, JG, 227); (5) of time, ἀπὸ τ. ὥρας, ἡμέρας, etc., Mt 9:22, Jo 19:27, Ac 20:18, Phl 1:5, al.; ἀπ’ αἰῶνος, Lk 1:70, al.; ἀπ’ ἀρχῆς, etc., Mt 19:4, Ro 1:20; ἀπὸ βρέφους, II Ti 3:15; ἀφ’ ἧς, since, Lk 7:45, al.; ἀπὸ τ. νῦν, Lk 1:48, al.; ἀπὸ τότε, Mt 4:17, al.; ἀπὸ πέρυσι, a year ago, II Co 8:10 9:2; ἀπὸ πρωΐ, Ac 28:23; (6) of order or rank, ἀπὸ διετοῦς, Mt 2:16; ἀπὸ Ἀβραάμ, Mt 1:17; ἕβδομος ἀπὸ Ἀδάμ, Ju 14; ἀπὸ μικροῦ ἕως μεγάλου, Ac 8:10, He 8:11; ἄρχεσθαι ἀπό, Mt 20:8, Jo 8:9, Ac 8:35, al. 2. (1) (a) of local extraction (cl. ἐξ; Abbott, JG, 227 ff.), Mt 21:11, Mk 15:43, Jo 1:45, Ac 10:38, al.; οἱ ἀπὸ Ἰταλίας (WM, § 66, 6; M, Pr., 237; Westc, Rendall, in l.), He 13:24; (b) of membership in a community or society (Bl., § 40, 2), Ac 12:1, al.; (c) of material (= cl. gen.; Bl., § 40, 2; M, Pr., 102), Mt 3:4 27:21; (d) after verbs of asking, seeking, etc., Lk 11:50, 51, I Th 2:6 (Milligan, in l.); (2) of the cause, instrument, means or occasion (freq. = ὑπό, παρά, and after verbs of learning, hearing, knowing, etc.; Bl., § 40, 3), Mt 7:16 11:29, Lk 22:45, Ac 2:22 4:36 9:13 12:14, I Co 11:23, Ga 3:2, al.; ἀπὸ τ. ὄχλου, Lk 19:3 (cf. Jo 21:6, Ac 22:11); ἀπὸ τ. φόβου, Mt 14:26, al. (cf. Mt 10:28 13:44). 3. Noteworthy Hellenistic phrases: φοβεῖσθαι ἀπό (M, Pr., 102, 107); προσέχειν ἀπό (M, Pr., 102, 107; Milligan, NTD, 50); ἀπὸ νότου (Heb. מִנֶּגֶב H5045), Re 21:13; ἀπὸ προσώπου (מִפְּנֵי H6440), II Th 1:9 (Bl., § 40, 9); ἀπὸ τ. καρδιῶν (בְּלֵב H3820), Mt 18:35; ἀπὸ ὁ ὤν (WM, § 10, 2; M, Pr., 9), Re 1:4. 4. In composition, ἀπό denotes separation, departure, origin, etc. (ἀπολύω, ἀπέρχομαι, ἀπογράφω); it also has a perfective force (M, Pr., 112, 247), as in ἀφικνεῖσθαι, ἀφικνεῖσθαι, q.v.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀπαγγέλλω G518 "berichten brengen, aankondigen"; Grieks ἀπάγχομαι G519 "wurgen, ophangen, stikken"; Grieks ἀπάγω G520 "wegvoeren"; Grieks ἀπαίρω G522 "optillen"; Grieks ἀπαιτέω G523 "terugvragen, terugeisen, opeisen"; Grieks ἀπαλγέω G524 "afstompen, ongevoelig worden"; Grieks ἀπαλλάσσω G525 "losmaken, verwijderen, bevrijden"; Grieks ἀπαλλοτριόω G526 "vervreemden"; Grieks ἀπαντάω G528 "ontmoeten"; Grieks ἀπαρνέομαι G533 "ontkennen"; Grieks ἀπάρτι G534 "van nu af aan"; Grieks ἀπαρχή G536 "eerstelingen"; Grieks ἀπαύγασμα G541 "glans, pracht"; Grieks ἀπείδω G542 "wegkijken, inzien, merken, waarnemen"; Grieks ἄπειμι G548 "weg zijn"; Grieks ἄπειμι G549 "weggaan, teruggaan"; Grieks ἀπειπόμην G550 "uitspreken, verbieden, afzweren, afwijzen, weigeren"; Grieks ἀπεκδέχομαι G553 "wachten (geduldig)"; Grieks ἀπεκδύομαι G554 "ontkleden, ontwapenen"; Grieks ἀπελαύνω G556 "wegdrijven, wegjagen"; Grieks ἀπελεγμός G557 "berisping"; Grieks ἀπελεύθερος G558 "slaaf (vrijgelaten)"; Grieks ἀπελπίζω G560 "wanhopen (niet)"; Grieks ἀπέναντι G561 "tegenoverstaand"; Grieks ἀπέρχομαι G565 "weggaan, vertrekken"; Grieks ἀπέχω G568 "hebben"; Grieks ἀποβαίνω G576 "neerkomen uit"; Grieks ἀποβάλλω G577 "afwerpen, wegwerpen"; Grieks ἀποβλέπω G578 "gespannen"; Grieks ἀπογενόμενος G581 "vertrokken"; Grieks ἀπογράφω G583 "copieren, afschrijven"; Grieks ἀποδείκνυμι G584 "tonen, tentoonstellen"; Grieks ἀποδεκατόω G586 "tienden"; Grieks ἀποδέχομαι G588 "aannemen, ontvangen"; Grieks ἀπόδημος G590 "reis (op)"; Grieks ἀποδίδωμι G591 "afgeven"; Grieks ἀποδιορίζω G592 "ontwrichten"; Grieks ἀποδοκιμάζω G593 "afkeuren, verwerpen"; Grieks ἀποθησαυρίζω G597 "wegbergen, opslaan"; Grieks ἀποθλίβω G598 "uitpersen, persen"; Grieks ἀποθνήσκω G599 "sterven"; Grieks ἀποκαθίστημι G600 "oude toestand brengen"; Grieks ἀποκαλύπτω G601 "onthullen, bekendmaken"; Grieks ἀποκαραδοκία G603 "hoofd (opgestoken)"; Grieks ἀποκαταλλάσσω G604 "geheel verzoenen, verzoenen"; Grieks ἀπόκειμαι G606 "opgeborgen, bewaard worden"; Grieks ἀποκεφαλίζω G607 "onthoofden"; Grieks ἀποκλείω G608 "op slot doen"; Grieks ἀποκόπτω G609 "afhouwen, afkappen"; Grieks ἀποκρίνομαι G611 "antwoord geven"; Grieks ἀποκρύπτω G613 "verbergen, verstoppen, verborgen houden"; Grieks ἀποκτείνω G615 "doden, afschaffen"; Grieks ἀποκυέω G616 "voortbrengen"; Grieks ἀποκυλίω G617 "wegwentelen"; Grieks ἀπολαμβάνω G618 "ontvangen"; Grieks ἀπόλαυσις G619 "genot"; Grieks ἀπολείπω G620 "verlaten, achterlaten"; Grieks ἀπολείχω G621 "aflikken, oplikken"; Grieks ἀπόλλυμι G622 "vernietigen"; Grieks ἀπολογέομαι G626 "verdedigen (zich)"; Grieks ἀπολούω G628 "afwassen, wegwassen"; Grieks ἀπολύτρωσις G629 "verlossing, bevrijding"; Grieks ἀπολύω G630 "vrijheid geven (de)"; Grieks ἀπομάσσομαι G631 "afvegen"; Grieks ἀπονέμω G632 "toedelen"; Grieks ἀπονίπτω G633 "afwassen"; Grieks ἀποπίπτω G634 "afvallen, wegglijden van"; Grieks ἀποπλανάω G635 "verdwalen, afdwalen van"; Grieks ἀποπλέω G636 "wegvaren"; Grieks ἀποπλύνω G637 "afspoelen"; Grieks ἀποπνίγω G638 "wurgen"; Grieks ἀποῤῥίπτω G641 "wegwerpen, afwerpen"; Grieks ἀπορφανίζω G642 "wees maken"; Grieks ἀποσκευάζω G643 "goederen wegbrengen"; Grieks ἀποσκίασμα G644 "verduistering, schaduw geven"; Grieks ἀποσπάω G645 "afrukken, wegsleuren"; Grieks ἀποστεγάζω G648 "ontsluiten"; Grieks ἀποστέλλω G649 "wegzenden, ontslaan"; Grieks ἀποστερέω G650 "bedriegen, roven"; Grieks ἀποστοματίζω G653 "opzeggen uit het hoofd"; Grieks ἀποστρέφω G654 "afwenden"; Grieks ἀποστυγέω G655 "verafschuwen"; Grieks ἀποσυνάγωγος G656 "geexcummuniceerd"; Grieks ἀποτάσσομαι G657 "scheiden, apart zetten"; Grieks ἀποτελέω G658 "vervolmaken, tot stand brengen"; Grieks ἀποτίθημι G659 "wegleggen, wegbergen"; Grieks ἀποτινάσσω G660 "afschudden"; Grieks ἀποτίνω G661 "afbetalen, terugbetalen"; Grieks ἀποτολμάω G662 "wagen, brutaal zijn"; Grieks ἀποτόμως G664 "plotseling, steil, bruusk, streng, kortaf"; Grieks ἀποτρέπω G665 "versmaden, vermijden"; Grieks ἀποφέρω G667 "wegbrengen"; Grieks ἀποφεύγω G668 "vluchten, ontsnappen"; Grieks ἀποφθέγγομαι G669 "uitspreken, hardop spreken"; Grieks ἀποφορτίζομαι G670 "lossen"; Grieks ἀπόχρησις G671 "misbruik"; Grieks ἀποχωρέω G672 "weggaan, vertrekken"; Grieks ἀποχωρίζω G673 "afzonderen, scheiden"; Grieks ἀποψύχω G674 "flauwvallen, bezwijmen"; Grieks ἀπωθέομαι G683 "wegwerpen, wegstoten, afstoten"; Grieks ἀφαιρέω G851 "wegnemen, verwijderen, afsnijden"; Grieks ἀφεδρών G856 " toilet, beerput, W.C."; Grieks ἀφίημι G863 "wegzenden"; Grieks ἀφικνέομαι G864 "aankomen"; Grieks ἀφίστημι G868 "oproer (aanzetten tot)"; Grieks ἀφομοιόω G871 "gelijk maken aan, copieren"; Grieks ἀφοράω G872 "zien, kijken"; Grieks ἀφορίζω G873 "begrenzen, afzonderen"; Grieks ἀφορμή G874 " uitgangspunt, operatiebasis"; Grieks ἀφυπνόω G879 "inslapen, slaap vallen (in)"; Grieks μετά G3326 "met, na, achter";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker