G681 ἅπτω
vastmaken aan, hechten aan
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ápto̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἅπτω, [in LXX chiefly for נגע H5060;] prop., to fasten to; hence, of fire, to kindle, light: Lk 8:16 11:33 15:8, Ac 28:2. Mid., c. gen., to fasten oneself to, cling to, lay hold of (so in π.; MM, s.v.): Mt 8:3, 15, Jo 20:17, al.; of carnal intercourse, I Co 7:1; with reference to levitical and ceremonial prohibitions, II Co 6:17, Col 2:21; of hostile action, I Jn 5:18 (cf. ἀν-, καθ-, περι- άπτω).

SYN.: θιγγάνω G2345, ψηλαφάω G5584. ἅ. is the stronger, θ., to touch, the lighter term. ψ. is to feel, as in search of something (Tr., Syn., § xvii; Lft., Col., 201 f.).


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνάπτω G381 "aansteken, in brandsteken"; Grieks ἅπτομαι G680 "aanraken, hechten aan (zich)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken