G1064 γαστήρ
buik, baarmoeder, maag
Taal: Grieks

Onderwerpen

Baarmoeder, Buik,

Statistieken

Komt 9x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

gastēr, zn. vrl.,


1) buik, maag (Homer, Iliad, 13.372); 1a) maag, het verlangen naar voedsel (Homer, Odyssey, 6.133), om te vasten (Homer, Iliad, 19.225), de meester van zijn buik (Xenophon, Memorabilia, 1.2.1), het tegengestelde "een slaaf van zijn buik (Xenophon, Memorabilia, 1.6.8, 2.1.2, 2.1.4), een lege buik (Theoc. 21.41); 2) baarmoeder (Homer, Iliad, 6.58), grote baarmoeder met kind (Herodotus, Histories, 3.32; Plato, Laws, 792e); 2b) zwanger/bevrucht worden/zijn (LXX Gen. 30:41; Luk. 1:31; Herodotus, Histories, 3.28; Philostratus the Athenian, Life of Apollonius of Tyana, 3.39)


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γαστήρ, -τρός, ἡ, [in LXX for בֶּטֶן H990, ἐν γ. ἔχειν for הרה H2029, ἐν γ. λαμβάνειν for חרה H2734 ;] 1. the belly: metaph., a glutton, Tit 1:12. 2. the womb: ἐν γ. ἔχειν, to be with child, Mt 1:18, 23 (LXX) 24:19, Mk 13:17, Lk 21:23, I Th 5:3, Re 12:2; εν γ. συλλαμβ., to conceive, Lk 1:31.†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks δελεάζω G1185 "vangen (met lokaas), lokken, verleiden, bedriegen"; Grieks δελεάζω G1185 "baarmoeder"; Grieks κοιλία G2836 "buikholte, buik, onderbuik, slokdarm, baarmoeder"; Hebreeuws מֵעֶה H4578 "buik, baarmoeder"; Hebreeuws רַחַם H7356 "baarmoeder, darmen"; Hebreeuws רֶחֶם H7358 "matrix, baarmoeder, slavin";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs