G1080 γεννάω
geboren worden, verwekt worden
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 97x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

gennao̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γεννάω, -ῶ (< γέννα, poët. for γένος), [in LXX chiefly for ילד H3205 ;] 1. of the father, to beget: c. acc., Mt 1:1-16, Ac 7:8, 29; seq. ἐκ, Mt 1:3, 5, 6. 2. Of the mother, to bring forth, bear: Lk 1:13, 57 23:29, Jo 16:21; εἰς δουλείαν, Ga 4:24 (1) to be begotten: Mt 1:20; (2) to be born: Mt 2:1, 4 19:12 26:24, Mk 14:21, Lk 1:35, Jo 3:4, Ac 7:20, Ro 9:11, He 11:23; seq. εἰς, Jo 16:21 18:37, II Pe 2:12; ἐν, Ac 2:8 22:3, (ἁμαρτίαις), Jo 9:34; ἀπό, He 11:12 (WH, mg., ἐγεν-); ἐκ, Jo 1:13 osisRef="John.3.6"3:6 8:41; c. adj., τυφλὸς γ., Jo 9:2; [Ῥωμαῖος ], Ac 22:28; κατὰ σάρκα: κ. πνεῦμα: Ga 4:29. Metaph.; μάχας, II Ti 2:23; ὑμᾶς ἐγέννησα, I Co 4:15, (ὅν), Phm 10; in quotation, Ps 2:7 (LXX), Ac 13:33, He 1:5 5:5; of Christians as begotten of God, born again: Jo 1:13 3:3, 5-8, I Jo 2:29 3:9 4:75:1, 4, 18 (cf. ἀνα-γεννάω); (Cremer, 146).

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀναγεννάω G313 "voortbrengen (opnieuw), geboren worden (opnieuw)"; Grieks γέννημα G1081 "nakomelingschap"; Grieks γέννησις G1083 "voortbrengen, geboorte"; Grieks γεννητός G1084 "verwekt, geboren"; Grieks γένος G1085 "schepping, nakomelingschap, geslacht, generatie, volk";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel