G1114 γόης
jammeraar, weeklager, tovenaar, bedrieger
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 1x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

goi̱s̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

* γόης, -ητος, ὁ (γοάω, to wail), 1. a wailer. 2. a wizard. 3. an impostor (cf. γοητεία, trickery, II Mac 12:24): II Ti 3:13.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

γόης, ητος, ὁ,
  sorcerer, wizard, Phoronis 2, Herodotus Historicus 2.33, 4.105, Plato Philosophus “Respublica” 380d, Philodemus Gadarensis Epigrammaticus “Ir.” p.29 W.; γ. ἐπῳδὸς Λυδίας ἀπὸ χθονός Euripides Tragicus “Bacchae” 234, compare “Hipp.” 1038 ; probably falsa lectio for{βοῇσι} Herodotus Historicus 7.191.
__2 juggler, cheat, δεινὸς γ. καὶ φαρμακεὺς καὶ σοφιστής Plato Philosophus “Symposium” 203d; δεινὸν καὶ γ. καὶ σοφιστὴν.. ὀνομάζων Demosthenes Orator 18.276; ἄπιστος γ. πονηρός prev. author 19.109; μάγος καὶ γ. Aeschines Orator 3.137 : comparative γοητότερος 3rd c.AD(?): Achilles Tatius Astronomus 6.7 (assuming variant) . (Cf. Lithuanian žavēti 'incantare'.)

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel