G1163 δεῖ
past, juist, behoefte aan, nodig hebben
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 104x voor in 19 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

deí,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

δεῖ impersonal (δέω), [in LXX chiefly for infin. with לְ H3926 ;] one must, it is necessary: c. inf., Mt 26:54, Mk 13:7, Ac 5:29, al.; c. acc. et inf., Mt 16:21, Mk 8:31, Jo 3:7, Ac 25:10, al.; with ellipse of acc., Mt 23:23; of acc., and inf., Mk 13:14, Ro 1:27 8:26; οὐ (μὴ) δεῖ (non licet), ought not, must not: Ac 25:24, II Ti 2:24; impf., ἔδει, of necessity or obligation in past time regarding a past event (Bl., § 63, 4), Mt 18:33, Lk 15:32, Jo 4:4, Ac 27:21, al.; periphr., δέον ἐστίν (as in Attic, χρεών ἐστι = χρή, v.s. δέον), Ac 19:36; id., with ellipse of ἐστίν, I Pe 1:6 τὰ μὴ δέοντα (= ἃ οὐ δεῖ I Ti 5:13.

SYN.: ὀφείλει G3784, expressing moral obligation, as distinct from δεῖ, denoting logical necessity and χρή G5534, a need which results from the fitness of things (v. Tr., Syn., § cvii, 10; Westc. on He 2:1, I Jn 2:6; Hort on Ja 3:10).


Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL