G1211 δή
dus, daarom, nu, nu reeds, dan eerst, werkelijk, inderdaad
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 7x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

δή consecutive co-ordinating particle with no exact equiv. in Eng., giving greater exactness and emphasis to the word or words to which it is attached; sometimes translatable as now therefore, then, verily, certainly. 1. With verbs: imperat., Ac 6:3 (WH, mg.) 13:2, I Co 6:20; hort. subjc., Lk 2:15, Ac 15:36; indic., δή που (T, δήπου, q.v.), He 2:16. 2. With pronouns: ὃ δή, now this is he who, Mt 13:23.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks δέ G1161 "maar, bovendien"; Grieks ἤδη G2235 "nu, nu al, reeds, eindelijk";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker