G1242 διαθήκη
verbond, overeenkomst, testament
Taal: Grieks

Onderwerpen

Verbond,

Statistieken

Komt 33x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

diathēki̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

διαθήκη, -ης, ἡ (< διατίθημι), [freq. in LXX, and nearly always for בְּרִית H1285 ;] 1. as usually in cl., a disposition, testament, will (Plat., al.): Ga 3:15 (R, mg., but v. Lft., in l.), He 9:16, 17 (R, txt.; MM, Exp., xi,; Milligan, NTD, 75; Abbott, Essays, 107; Deiss., LAE, 341; but v. infr.). 2. As in LXX (for בְּרִית H1285) = cl. συνθήκη, a convention, arrangement, covenant (exc. in the disputed cases mentioned above, always between God and man, "perhaps with the feeling that the δια- compound was more suitable than the συν- for a covenant with God---συνθ. might suggest equal terms," MM, Exp., l.c.): Ga 3:15 (R, txt., but v. supr., and cf. Thayer, s.v.), He 9:16, 17 (R, mg., Westc., in l.,; Hatch, Essays, 47; but v. supr.), Mt 26:28, Mk 14:24, Lk 1:72, Ac 3:25 7:8, Ro 11:27 (LXX), II Co 3:14, Ga 3:17, He 7:22 8:6, ib. 9, 10 (LXX) 9:4, 15-17 ib. 20 (LXX) 10:16 (LXX), 29 12:24 13:20, Re 11:19; καινὴ δ., Mt 26:28, and Mk 14:24 (R, mg.), Lk 22:20, I Co 11:25, II Co 3:6, He 8:8 (LXX) 9:15; pl. Ro 9:4, Ga 4:24, Eph 2:12.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks διατίθεμαι G1303 "beschikken, verbond sluiten, contract sluiten";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker