G1282 διαπρίω
doorzagen, verbitterd zijn, verscheurd zijn
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 2x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

diaprio̱,

1) “enorm woedend worden” (cf. Hand. 5:33; 7:54; BDAG 235 s.v. διαπρίω), SV "berstten", HSV "barstten"; Naardense Vertaling "sneden"


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

δια-πρίω [in LXX: I Ch 20:3 (שׂוּר H5493) * ;] to saw asunder. Pass., metaph. (vernacular?), EV, cut to the heart: Ac 5:33; seq. τ. καρδίαις αὐτῶν, Ac 7:54.†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πρίζω G4249 "zagen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs