G1492 εἴδω
zien, weten
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 673x voor in 26 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

eído̱,

Bronnen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

οἶδα, (from same root as εἶδον, q.v.), [in LXX chiefly for ידע H3045;] pf. with pres. meaning (plpf. as impf.; on irregular tense-forms, v. App.), to have seen or perceived, hence, to know, have knowledge of: c. acc. rei, Mt 25:13, Mk 10:19, Jo 10:4, Ro 7:7, al.; c. acc. pers., Mt 26:72, Jo 1:31, Ac 3:16, al.; τ. θεόν, I Th 4:5, Tit 1:16, al.; c. acc. et inf., Lk 4:41, al.; seq. ὅτι, Mt 9:6, Lk 20:21, Jo 3:2, Ro 2:2 11:2, al.; seq. quaest. indir., Mt 26:70, Jo 9:21, Eph 1:18, al.; c. inf., to know how (cl.), Mt 7:11, Lk 11:13, Phl 4:12, I Th 4:4, al.; in unique sense of respect, appreciate: I Th 5:12 (but v. also ICC on I Th 4:4).

SYN.: v.s. γινώσκω.


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ᾅδης G86 "hel, onderwereld, graf, Hades"; Grieks ἀπείδω G542 "wegkijken, inzien, merken, waarnemen"; Grieks ἴδε G2396 "zie, zie dan; hier is, daar is"; Grieks ἰδέα G2397 "aanblik, uiterlijk, gestalte, vorm, uiterlijke verschijning"; Grieks ἴσος G2470 "gelijk"; Grieks ἱστορέω G2477 "bestuderen, navorsen"; Grieks ὀπτάνομαι G3700 "gezien worden"; Grieks προείδω G4275 "van te voren zien, voorzien"; Grieks συνείδω G4894 "gezien hebben, begijpen, inzien, verstaan"; Grieks ὑπερείδω G5237 "upereidw";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs