G1672 Ἕλλην
Griek
Taal: Grieks

Onderwerpen

Griekenland,

Statistieken

Komt 27x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

Élli̱n,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

Ἕλλην, -ηνος, ὁ [in LXX: Jl 3:6, Za 9:13 (יָוָן H3120), etc.; I Mac 1:10, al. * ;] a Greek; opp. to βάρβαρος, Ro 1:14; usually in ΝΤ of Greek Gentiles, opp. to Ἰουδαῖοι: Jo 7:35, Ac 11:20 14:1 16:1, 3 18:4 19:10, 17 20:21 21:28, Ro 1:16 2:9, 10 3:9 10:12, I Co 1:22, 24 10:32 12:13, Ga 2:3 3:28, Col 3:11; of proselytes, Jo 12:20, Ac 17:4.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

1. Hellen , son of Deucalion, Hesiod">8th/7th c.BC
2. the Ἕλληνες of Homer">8th/7th c.BC are the Thessalian tribe of which Hellen was the reputed chief (compare Ἑλλάς 1), Iliad by Homer">8th/7th c.BC
3. later, Ἕλληνες was the regularly name for Greeks , opp. to βάρβαροι, Herdotus Historicus , etc.
4. later still, of Gentiles , Opp. to Jews, New Testament
5. as adjective = Ἑλληνικός, Thucydides , etc.:—;even with a fem. Substantive, Aeschulus Tragicus">6th/5th c.BC, Euripides (Middle Liddel)

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks Ἑλλάς G1671 "Griekenland"; Grieks Ἑλληνικός G1673 "Griek"; Grieks Ἑλληνίς G1674 "Griekse vrouw"; Grieks Ἑλληνιστής G1675 "Hellenist, Griek"; Grieks Ἑλληνιστί G1676 "Grieks"; Hebreeuws יָוָן H3120 "Jawan (Griekenland)"; Hebreeuws יְוָנִי H3125 "Grieks, Jonisch";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin