G1675_Ἑλληνιστής
Hellenist, Griek
Taal: Grieks

Onderwerpen

Griekenland,

Statistieken

Komt 3x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

Elli̱nistēs̱,

1) Iemand die de Griekse taal gebruikt; 1a) een Grieks sprekende Jood (Hand. 6:1; 9:29; 11:20 †), dit ter onderscheid met Ἕλλην G1672 "Griek" waarmee de niet-Joden worden bedoeld.; 2) een heiden (Jul. Ep. 84a).


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

*† Ἑλληνιστής, -οῦ, ὁ (< Ἑλληνίζω, to Hellenize, affect Greek cus­toms), a Hellenist (RV, Grecian Jew): Ac 6:1 9:29 11:20.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

one who uses the Greek language; i. e., in New Testament , a Hellenist, a Greek-Jew.
II. gentile, heathen, Jul.Ep.84a.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks Ἑλλάς G1671 "Griekenland"; Grieks Ἕλλην G1672 "Griek"; Grieks Ἑλληνικός G1673 "Griek"; Grieks Ἑλληνίς G1674 "Griekse vrouw"; Grieks Ἑλληνιστί G1676 "Grieks"; Hebreeuws יָוָן H3120 "Jawan (Griekenland)"; Hebreeuws יְוָנִי H3125 "Grieks, Jonisch";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

StudieboekenStudieboeken