G1746 ἐνδύω
aandoen, kleden (zich)
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 28x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

endyo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἐν-δύω (ἐνδύνω, II Ti 3:6), [in LXX chiefly for לָבַשׁ H3847 ;] 1. c. acc pers., Mt 27:28 (WH, mg., R, mg.); c. dupl. acc, Mt 27:31, Mk 15:20, Lk 15:22; mid., to put on oneself, be clothed with: c. acc rei, Mt 6:25, Mk 6:9, Lk 8:27 12:22, Ac 12:21; ptcp., Mt 22:11, Mk 1:6, II Co 5:3, Re 1:13 15:6 19:14; of armour (fig.): Ro 13:12, Eph 6:11, 14, I Th 5:8; metaph., δύναμιν, Lk 24:49; ἀφθαρσίαν, ἀθανασίαν, I Co 15:53-54; τ. καινὸν ἄνθρωπον, Eph 4:24, Col 3:10; σπλάγχνα οἰκτιρμοῦ, Col 3:12; Ἰησ. Χριστόν, Ro 13:14, Ga 3:27, 2. to enter, press into: II Ti 3:6 (cf. ἐπ-ενδύω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks δύνω G1416 "binnengaan, ondergaan, verzinken in"; Grieks ἐνδιδύσκω G1737 "aantreken, kleden (zich)"; Grieks ἔνδυμα G1742 "kleed, kledingstuk, mantel"; Grieks ἔνδυσις G1745 "klederpracht"; Grieks ἐπενδύομαι G1902 "aantrekken over iets";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Miljoenen artikelen