G2068 ἐσθίω
eten
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 66x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

esthio̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἐσθίω, and (poet, and late prose) ἔσθω, [in LXX chiefly for אכל H398 ;] to eat (a) absol.: Mt 14:20, 21 Mk 6:31, Jo 4:31, al.; ἐν τ. φαγεῖν (on this aor. form, v. M, Pr., 111), I Co 11:21; διδόναι φαγεῖν, c. dat. pers., Mk 5:43, al.; ἐ. καὶ πίνειν, Mt 6:25, 31 Lk 10:7, al.; of ordinary use of food and drink, I Co 9:4 11:22; of partaking of food at table, Mk 2:16, Lk 5:30, al.; opp. to fasting, Mt 11:18, Lk 5:33, al.; of revelling, Mt 24:49, Lk 12:45 . (b) c. acc. rei: Mt 6:25, Mk 1:6, Jo 6:31, Ro 14:2, al.; ἄρτον (Heb. אָכַל לֶחֶם H398,H3899), Mt 15:2, Mk 3:20, al.; τὸν ἑαυτοῦ ἄ., II Th 3:12; ἄ. seq. παρά, gen. pers., II Th 3:8; τά seq. id., Lk 10:7; τ. πάσχα, Mt 26:17, Mk 14:12 al; τ. κυριακὸν δεῖπνον, I Co 11:20; τ. θυσίας, I Co 10:18; seq. xml:lang="grc"ἐκ (= cl. part. gen.), Jo 6:26, 50, 51, I Co 11:28; ἀπό (cf. Heb. אָכַל מִן H398,H4480), Mt 15:27, Mk 7:28; metaph., to devour, consume: He 10:27, Ja 5:3, Re 17:16 (cf. κατ-, συν-εσθίω) .

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks κατεσθίω G2719 "opeten, verslinden"; Grieks νῆστις G3523 "nuchter"; Grieks ὀδούς G3599 "tand, tanden, ploegschaar, rotspiek"; Grieks συνεσθίω G4906 "samen eten"; Grieks φάγω G5315 "eten";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken