G2227 ζωοποιέω
voortbrengen (levende wezens)
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 12x voor in 7 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

zo̱opoieo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ζωο-ποιέω, [in LXX for חיה H2421 pi., hi., Jg 21:14, IV Ki 5:7, Ne 9:6, Jb 36:6, Ps 70:20, Ec 7:13(12)*;] 1. in cl. (= ζωογονέω), to produce alive. 2. In LXX and NT, to make alive, cause to live, quicken (DCG, ii, 606a; Cremer, 275): Jo 5:21 6:53, Ro 4:17 8:11, I Co 15:45, II Co 3:6, Ga 3:21. Pass., I Co 15:22, 36, I Pe 3:18.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ποιέω G4160 "maken"; Grieks συζωοποιέω G4806 "tegelijk levend maken";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel