G2746 καύχησις
roemen, erekrans
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 12x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

kaychi̱sis̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

καύχησις, -εως, ἡ (< καυχάομαι), [in LXX for תִּפְאֶרֶה H8597 (I Ch 29:13, Ez 16:12, al);] a boasting, glorying: Ro 3:27, II Co 11:10, 17, Ja 4:16; seq. ὑπέρ, II Co 7:4 8:24; ἐτί, c. gen., II Co 7:14; ἔχω τὴν κ. ἐν Χρ. Ἰησ., Ro 15:17; στέφανος καυχήσεως (Ez 16:12, al.), I Th 2:19; of the cause of glorying, a boast ( = καύχημα), II Co 1:12.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

καύχ-ησις, εως, ἡ,
  boasting, Epicurus Philosophus “Fragmenta” 93, LXX.1Ch.29.13, al., Philodemus Philosophus “περὶ κακιῶν ί” p.27 Josephus Historicus, Philo Judaeus 1.534, NT.Rom.15.17.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks καυχάομαι G2744 "beroem (zich)"; Grieks στατήρ G4715 "stater, munt (stater)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs