G2837 κοιμάω
slapen, ontslapen, gestorven
Taal: Grieks

Onderwerpen

Slapen, Sterven, Overlijden,

Statistieken

Komt 18x voor in 7 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

koimao̱, ww., afgeleid van κεῖμαι G2749;


1) slapen (Mat. 28:13; Luk. 22:45); 2) ontslapen, gestorven (Mat. 27:52; Joh. 11:11-12; Hand. 7:60; 13:36; 1 Cor. 7:39; 11:30; 15:6; etc.; LXX 1 Kon. 2:10)


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

κοιμάω, -ῶ, [in LXX chiefly for שׁכב H7901;] to lull to sleep, put to sleep. Mid and pass., to fall asleep (M, Pr., 162; M, Th., 1, 4, 13): Mt 28:13, Lk 22:45, Jo 11:12, Ac 12:6. Metaph, of death: Mt 27:52, Jo 11:11 Ac 7:60 13:36, I Co 7:39 11:30 15:6, 18, 20, 51, I Th 4:13-15, II Pe 3:4 (cf. Is 14:8 43:17, II Mac 12:45).†

SYN.: καθεύδω G2518.


Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks κεῖμαι G2749 "liggen, rusten"; Grieks κοίμησις G2838 "rusten, rust nemen, liggen, leunen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel