G2873 κόπος
rouwmisbaar, harde arbeid, werk
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 19x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

kopos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

κόπος, -ου, ὁ (< κόπτω), [in LXX chiefly for עָמָל H5999, also for אָוֶן H205, etc.;] 1. a striking, beating (in Je 51:33 (45:3) = κοπετός). 2. laborious toil, trouble: Jo 4:38, I Co 3:8 15:58, I Th 3:5; κ. τ. ἀγάπης, I Th 1:3; ἔργα καὶ κ., Re 2:2; κ. καὶ μόχθος, II Co 11:27, I Th 2:9, II Th 3:8; pl., ἐν κ., II Co 6:5 10:15 11:23; ἐκ τ. κ., Re 14:13; κόπους (-ον) παρέχειν (in cl. more freq. π. πράγματα, πονον), c. dat. pers., Mt 26:10, Mk 14:6, Lk 11:7 18:5, Ga 6:17.†

SYN.: μόλθος G3454, labour; πόνος G4192 (q.v.), toil, painful effort; in cl., "π. gives prominence to the effort (work as requiring force), κ. to the fatigue, μ. (chiefly poetic) to the hardship" (Thayer, s.v. κ.).


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks εὐκοπώτερος G2123 "gemakkelijk"; Grieks κοπάζω G2869 "rusten, vermoeid raken"; Grieks κοπιάω G2872 "inspannen (zich)"; Grieks κόπτω G2875 "snijden, slaan";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs