G3100 μαθητεύω
maak leerlingen, onderwijzen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

mathi̱teyo̱, ww., TDNT 4:461, 552; van μαθητής G3101;


1) leerlingen maken, onderwijzen (Mat. 13:52; 27:57; 28:19; Hand. 14:21)


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

*† μαθητεύω (< μαθητής), 1. intrans. (as prop. vb. in -εύω, and so Plut., mor. 837 c. and elsew.), to be a disciple: c. dat., Mt 27:57 (Rec., WH, mg.). 2. Trans., to make a disciple: c. acc., Mt 28:19, Ac 14:21; pass., seq. dat., τ. Ἰησοῦ, Mt 27:57 (WH, R); τ. βασιλείᾳ, Mt 13:52.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

μᾰθητ-εύω,
  to be pupil, τινι to one, Plutarchus Biographus et Philosophus 2.832c.
__II transitive, make a disciple of, instruct, πάντα τὰ ἔθνη NT.Matt.28.19, cf. NT.Act.14.21 :—passive, NT.Matt.13.52.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks μαθητής G3101 "leerling, pupil, discipel";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij