G3101 μαθητής
leerling, pupil, discipel
Taal: Grieks

Onderwerpen

Discipelen (twaalf), Discipelschap,

Statistieken

Komt 268x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

mathi̱tēs̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μαθητής, -οῦ, ὁ (μανθάνω), [in LXX only as v.l. (A) in Je 13:21 20:11 26 (46):9*;] a disciple: opp. to διδάσκαλος, Mt 10:24, Lk 6:40; Ἰωάννου, Mt 9:14, Lk 7:18, Jo 3:25; τ. Φαρισαίων, Mt 22:16, Mk 2:18, Lk 5:33; Μωυσέως, Jo 9:28; Ἰησοῦ, Lk 6:17 7:11 19:37, Jo 6:66 7:3 19:38; esp. the twelve, Mt 10:1 11:1, Mk 7:17, Lk 8:9, 2:2, al.; later, of Christians generally, Ac 6:1, 2, 7 9:19, al.; τ. κυρίου, Ac 9:1.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks μαθητεύω G3100 "maak leerlingen, onderwijzen"; Grieks μαθήτρια G3102 "leerling (vrouwelijke)"; Grieks μανθάνω G3129 "leren, aannemen, horen, vernemen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL