G3105 μαίνομαι
gek zijn, razen, woeden
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

mainomai,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μαίνομαι, [in LXX: Je 32 (25):16 (הלל H1984 hith.) Je 36 (29):26 (שׁגע H7696 pu.), Wi 14:28, al.;] 1. to rage, be furious. 2. to rave, be mad: Jo 10:29, Ac 12:15 26:24, 25, I Co 14:23 (cf. ἐμ-μαίνομαι).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks μανία G3130 "razernij, waanzin"; Grieks μαντεύομαι G3132 "ziener (optreden als)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

StudieboekenStudieboeken