G3166 μεγαλαυχέω
hoogdravend, snoevend zijn, opscheppen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 1x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

megalaycheo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μεγαλ-αυχέω, -ῶ (= μεγάλα αὐχέω), [in LXX: Ez 16:50 (גּבהּ H1361), al.;] to boast great things: Ja 3:5 (Rec. for μεγάλα αὐχεῖ, WH).†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

μεγᾰλ-αυχέω,
  boast, brag, Aeschylus Tragicus “Agamemnon” 1528 (anap.), LXX.Eze.16.50, Philo Judaeus 1.284, “Anthologia Graeca” 5.272 (Agathias Historicus et Epigrammaticus); ἐπί τινι Polybius Historicus 12.13.10; ἐν ταῖς εὐπραγίαις prev. author 8.21.11; διά τι Diodorus Siculus Historicus 15.16 +4th c.BC+:—also in middle, Plato Philosophus Alcaeus1.104c, “R.” 395d; ἐπί τινι Appianus Historicus “Bella Civilia” 1.13.
__II c.accusative, boast of, μονομάχιον prev. author “Gall.” 10.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks αὐξάνω G837 "vermeerderen, groeien, toenemen"; Grieks μέγας G3173 "groot";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen