G3392 μιαίνω
bezoedelen, bevlekken
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

miaino̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μιαίνω, [in LXX chiefly for טָמֵא H2930;] 1. to dye or stain. 2. to stain, defile, soil (a) in physical sense; (b) in moral sense: Tit 1:15, He 12:15, Ju 8; (c) in ritual sense (cf. Le 22:5, al.): Jo 18:28.†

SYN.: μολύνω G3435, to besmear, which also differs from μ. in that it is never used, as μ. in its primary meaning, in an honourable sense (cf. Tr., Syn., § xxxi).


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀμίαντος G283 "onbevlekt, rein"; Grieks μίασμα G3393 "dat wat bezoedelt, bezoedeling"; Grieks μιασμός G3394 "bevlekking, vervuiling";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs