G3432 μοιχός
echtbreker
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

moichos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μοιχός, -οῦ, ὁ, [in LXX for נאף H5003;] an adulterer: Lk 18:11, I Co 6:9, He 13:4.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

μοιχός, ὁ,
  adulterer, paramour, Hipponax Iambographus 74, Sophocles Tragicus “Fragmenta” 1127.6, Aristophanes Comicus “Plutus” 168, Plato Philosophus “Symposium” 191d, etc.: proverbial, θύραν, δι᾽ ἧς γαλῆ καὶ μ. οὐκ εἰσέρχεται Apollodorus Carystius Comicus 6; ὅρκοι μοιχῶν Philonides Comicus 7 ; κεκαρμένος μοιχὸν μιᾷ μαχαίρᾳ having the head close shaven with a razor, as was done by way of punishment to persons taken in adultery, Aristophanes Comicus “Acharnenses” 849.
__II generally, paramour, of a sodomite, “POxy.” 1160.26 (3rd-4th c.AD). (Cf. ὀμείχω.)
__III idolatrous person, NT.Jam.4.4.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks μοιχαλίς G3428 "echtbreekster"; Grieks μοιχάω G3429 "overspel plegen met"; Grieks μοιχεύω G3431 "echtbreuk plegen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech