G3441 μόνος
zonder hulp, alleen, eenzaam, enigste
Taal: Grieks

Onderwerpen

Eenzaamheid,

Statistieken

Komt 48x voor in 17 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

monos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μόνος, -η, -ον, [in LXX chiefly for לְבַד H910;] 1. adj., alone, solitary, forsaken: c. verb., Mt 14:23, Mk 6:47, Lk 9:36, al.; c. pron., Mt 18:15, Mk 9:2, al.; c. subst., Mk 9:8, Lk 4:8, al.; pleonast., οὐκ . . . εἰ μὴ μ., Mt 12:4, Lk 6:4, al.; attrib., only, () μ. θεός, Jo 5:44 17:3, Ro 16:27, I Ti 1:17, Ju 25. 2. (a) neut., μόνον, alone, only: referring to verb or predic., Mt 9:21, Mk 5:36, Ja 1:22, al. (v. Bl., §44, 2); οὐ (μὴ) μ., Ga 4:18, Ja 1:22; οὐ μ. . . . ἀλλά (Bl., § 77, 133), Ac 19:26, I Jo 5:6, al.; id. seq. καί (Bl., § 81, 12), Ro 5:3 9:10, II Co 8:19, al.; (b) κατὰ μόνας, alone (Bl., § 44, 1), Mk 4:10, Lk 9:18.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks μένω G3306 "blijven, verblijven"; Grieks μονογενής G3439 "enig, eniggeboren, uniek"; Grieks μόνον G3440 "alleen, eenzaam, maar"; Grieks μονόφθαλμος G3442 "eenogig"; Grieks μονόω G3443 "alleen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL