G3483 ναί
ja, waarachtig, welzeker, beslist
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 35x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

nai,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ναί, particle of affirmation, yea, verily, even so; in answer to a question: Mt 9:28 13:51 17:25 21:16, Jo 11:27 21:15, 16, Ac 5:8 22:27, Ro 3:29; seq. λέγω ὑμῖν, Mt 11:9, Lk 7:26; repeated for emphasis, ναὶ ναί (opp. to οὒ οὔ): Mt 5:37; ἤτω ὑμῶν τὸ ναὶ ναί, Ja 5:12; ν. καὶ οὔ, II Co 1:18, 19; ἵνα ᾖ . . . τὸ ναὶ ναί, II Co 1:17; τὸ ν., II Co 1:20; in assent to an assertion: Mt 15:27, Mk 7:28, Re 14:13 16:7; in confirmation of a previous assertion: Mt 11:26, Lk 10:21 11:51 12:5, Phl 4:3, Phm 20; in solemn asseveration: Re 1:7 22:20.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks νή G3513 "bij";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker