G3528 νικάω
overwinnen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 28x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

nikao̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

νικάω, -ῶ (< νίκη), [in LXX: Ps 50 (51):4 (זכה H2135), Pr 6:25 freq. (חמד H2530); freq. in IV Mac;] to conquer, prevail: absol., of Christ, Re 3:21 6:2; c. inf., Re 5:5; of Christians, Re 2:7, 11, 17, 26 3:5, 12, 21 21:7; seq. ἐκ (RV, come victorious from), Re 15:2; as law-term (cl.), Ro 3:4(LXX); c. acc. pers., Lk 11:22, Re 11:7 13:7 ([WH], R, mg., om.); of Christ, Jo 16:33 (τ. κόσμον), Re 17:14; of Christians, I Jn 4:4; τ. πονηρόν, I Jn 2:13, 14; αὐτόν (ref. to ὁ κατήγωρ, I Jn 2:10), Re 12:11; c. acc. rei, τὸν κόσμον, Jo 16:33, I Jn 5:4, 5; τὸ κακόν, Ro 12:21; pass., μὴ νικῶ ὑπὸ τ. κακοῦ, ib. (cf. ὑπερ-νικάω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks Νικάνωρ G3527 "Nicanor"; Grieks νίκη G3529 "overwinning"; Grieks ὑπερνικάω G5245 "upernikaw";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken