G3551 νόμος
zede, wet, bevel, gebruikelijk
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 196x voor in 12 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

nomos̱, zn. mnl., ; TDNT 4:1022,646;


1) gebruikelijk, wat gewoonte is “[Μοῦσαι] μέλπονται πάντων τε νόμους καὶ ἤθεα κεδνά” (Hesiod, Theogony, 66); het gebruik is de heer van alles (Pi.Fr.169.1; Herodotus, Histories, 7.104; Plato, Laws, 715d)


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

νόμος, -ου, ὁ (< νέμω, to deal out, distribute), [in LXX chiefly for תּוֹרָה H8451, also for חֻקָּה H2708, etc.;] that which is assigned, hence, usage, custom, then law 1. of law in general: Ro 3:27 5:13b; pl., of divine laws, He 8:10 10:16; ὁ ν. τ. Χριστοῦ, Ga 6:2; (τ.) ἐλευθερίας, Ja 1:25 2:12; βασιλικιός (Hort., in l.; Deiss., LAE, 3673), Ja 2:8. 2. Of a force or influence impelling to action: Ro 7:21, 23a, 25 8:2. 3. Of the Mosaic law: Mt 5:18, Lk 2:27, Jo 1:17, Ac 6:13, Ro 2:15, I Co 9:8, I Ti 1:8, He 7:19, al.; ν. Μωυσέως, Lk 2:22, Jo 7:23, Ac 15:5, al.; κυρίου, Lk 2:39; κατὰ τὸν ν., Ac 22:12, He 7:5 9:22. 4. Anarthrous (Bl., § 46, 8; ICC on Ro 2:12, 13), νόμος (a) of law in general: Ro 2:12, 14b 3:20, 21 4:15, al.; (b) of the Mosaic law in its quality as law: Ro 2:14a 5:20 10:4, Ga 2:19, al.; οἱ ἐκ ν., Ro 4:14; ὑπὸ νόμον, I Co 9:20, Ga 4:5; ν. πράσσειν (πληροῦν), Ro 2:25 13:8. 5. Of Christian teaching: ν. πίστεως, Ro 3:27; τ. Χριστοῦ, Ga 6:2. 6. By meton., of the (a) of the Pentateuch: Mt 12:5, Jo 1:45, al.; ὁ ν. καὶ οἱ προφῆται, Mt 5:17, Lk 16:16, al.; ὁ ν. καὶ προφῆται κ. ψαλμοί, Lk 24:44; (b) of the OT Scriptures in general (as Heb. תּוֹרָה H8451): Jo 10:34 12:34 15:25, I Co 14:21, al.

Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄνομος G459 "wetteloos, misdadig"; Grieks ἀπονέμω G632 "toedelen"; Grieks διανέμω G1268 "verdelen, uitdelen"; Grieks ἔννομος G1772 "wettig, behoorlijk, eerlijk"; Grieks κληρονόμος G2818 "erfgenaam"; Grieks νομή G3542 "weide, veevoer, voedsel"; Grieks νομίζω G3543 "denken, menen, geloven"; Grieks νομικός G3544 "schriftgeleerde, wetgeleerde"; Grieks νομίμως G3545 "wettig"; Grieks νομοδιδάσκαλος G3547 "wetgeleerde, jurist"; Grieks νομοθέτης G3550 "wetgever"; Grieks οἰκονόμος G3623 "rentmeester, administrateur, beheerder, quaestor, thesaurier"; Grieks παρανομέω G3891 "wet overtreden";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker