G3571 νύξ
nacht
Taal: Grieks

Onderwerpen

Nacht,

Statistieken

Komt 65x voor in 13 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

nyx,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

νύξ, gen. νυκτός, ἡ, [in LXX chiefly for לַיְלָה H3915;] night: Mt 12:40, Mk 6:48, Jo 13:30, al.; gen. temp. (of the time within which something happens; M, Pr., 73; B1., § 36, 13), νυκτός, by night, Mt 2:14, Jo 3:2, I Th 5:7, al.; ν. κ. ἡμέρας, Mk 5:5, I Th 2:9, al.; ἡμέρας κ. ν., Lk 18:7, Re 4:8, al.; μέσης ν., Mt 25:6; dat., νυκτί, in ans. to the question, "when?" (rare in cl.; Hdt., Soph.), ταύτῃ τ. ν., Lk 12:20, al.; ἐκείνῃ, Ac 12:6; ἐπιούσῃ, Ac 23:11; acc. durat. (Bl., § 34, 8; Kühner3, III, 314 b), ν. κ. ἠμέραν, Lk 2:37, Ac 20:31; τ. νύκτας, Lk 21:37; διὰ νυκτός (= cl. νυκτός; Bl., § 42, 1; 46, 7), Ac 5:19 16:9 17:10 23:31; δι’ ὅλης ν., Lk 5:5; κατὰ μέσον τῆς ν. (Bl., § 47, 6), Ac 27:27. Metaph.: Jo 9:4, Ro 13:12, I Th 5:5.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks διανυκτερεύω G1273 "nacht doorbrengen (de)"; Grieks ἔννυχον G1773 "nachtelijk, nacht (in de)"; Grieks ἐπιοῦσα G1966 "naderen, volgen"; Grieks μεσονύκτιον G3317 "middernacht"; Grieks νυχθήμερον G3574 "nacht en dag, etmaal"; Aramees לֵילְיָא H3916 "nachtgezicht, nacht";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs