G3599 ὀδούς
tand, tanden, ploegschaar, rotspiek
Taal: Grieks

Onderwerpen

Ploegschaar, Tanden, Tandenknarsen,

Statistieken

Komt 12x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

odoys̱, zn. m. misschien van de grondvorm van ἐσθίω G02068;


1) een tand; 2) iets scherps; 2a) een ploegschaar (LXX 1 Sam. 13:21); 2b) een (rots)piek (LXX 1 Sam. 14:4);


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ὀδούς, -όντος, ὁ, [in LXX for שֵׁן H8127;] a tooth: Mt 5:38, Mk 9:18, Ac 7:54; pl., Re 9:8, ὁ βρυγμὸς (q.v.) τ. ὀδόντων, Mt 8:12 13:42, 50 22:13 24:51 25:30, Lk 13:28.†

Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἐσθίω G2068 "eten"; Hebreeuws אֵת H855 "ploegschaar, ploegijzer, spade";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij