G3641 ὀλίγος
klein, weinig
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 43x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

oligos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ὀλίγος, -η, -ον (on οὐχ ὁλ., v. infr.), [in LXX chiefly for מְעַט H4591;] of number, quantity, size, few, little, small, slight: Mt 9:37 15:34, Mk 6:5 8:7, Lk 10:2 12:48 (sc. πληγάς, opp. to πολλάς), I Ti 5:23, He 12:10, Re 3:4 12:12; οὐκ ὀ. (in the best uncials written οὐκ ὀ.; v. WH, App., 143; M, Pr., 44; Thackeray, Gr., 126 f.), Ac 12:18 14:28 15:2 (c. gen. part.) Ac 17:4, 12 19:23, 24 27:20; pl., absol., Mt 7:14 20:16 (WH, txt., RV, om.) Mt 22:14, Lk 13:23, I Pe 3:20. Neut. sing. (τὸ) ὀ.: Lk 7:47, II Co 8:15; πρὸς ὀλίγον, I Ti 4:8, Ja 4:14; ἐν ὀ., Ac 26:28, 29 (with little effort; v. Page, in l.); id., in brief, Eph 3:3; adverbially, ὀλίγον, of time, Mk 6:31, I Pe 1:6 5:10, Re 17:10; of space, Mk 1:19, Lk 5:3; pl., ὀλίγα, Lk 10:42, Re 2:14; ἐπ’ ὀλίγα, Mt 25:21, 23; δι’ ὀλίγων, in few words, briefly, I Pe 5:12 (cf. Plat., Legg., vi, 778 e).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ὀλιγόπιστος G3640 "weinig geloof"; Grieks ὀλιγόψυχος G3642 "flauwhartig, wankelmoedig"; Grieks ὀλιγωρέω G3643 "verwaarlozen, gering achten, zorgeloos zijn";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker