G3650 ὅλος
alles, geheel, helemaal, volledig
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 113x voor in 16 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ólos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ὅλος, -η, -ον, [in LXX chiefly for כֹּל H3605;] of persons and things, whole, entire, complete 1. of indefinite ideas, c. subst. anarth.: Lk 5:5, Ac 11:26 28:30, Tit 1:11; ὅλον ἄνθρωπον (an entire man; v. Field, Notes, 93), Jo 7:23; ὅλη Ἰερουσαλήμ (= πᾶσα Ἰ, Mt 2:3; v. Bl., § 47, 9), Ac 21:31. 2. (a) preceding subst.: Mt 4:23, 24, Lk 8:39, I Co 12:17, al.; (b) following subst.: Mk 1:33, Lk 9:25, Jo 4:53, Ac 21:30, al.; (c) between art. and subst., where subst. is an abstract noun (Plat., al.). 3. Attached to adj. or verb: Mt 13:33, Lk 13:21, Jo 9:34, al.; adverbially, δι ̓ ὅλου (MM, xviii), Jo 19:23.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks καθόλου G2527 "algemeen (in het)"; Grieks ὁλοκαύτωμα G3646 "brandoffer"; Grieks ὁλόκληρος G3648 "gaaf, gezond"; Grieks ὁλοτελής G3651 "volkomen, geheel"; Grieks ὅλως G3654 "helemaal, geheel en al";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs