G3781 ὀφειλέτης
schuldenaar
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 7x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ofeileti̱s̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

* ὀφειλέτης, -ου, ὁ (< ὀφείλω), a debtor: c. gen. (of the amount), Mt 18:24. Metaph., of obligation or duty in general, with reference to favours received or injury done, etc.: Mt 6:12, Ro 1:14 8:12 15:27, Ga 5:3; of sinners, in relation to God (= Heb. חַיָּב; cf. Si (He) 8:5 (6)), Lk 13:4.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ὀφειλ-έτης, ου, ὁ,
  debtor, τινι Plato Philosophus “Leges” 736d, etc. ; ὀ. εἰμί with infinitive, I am under bond to.., Sophocles Tragicus “Ajax” 590, cf. NT.Rom.8.12 : —feminine ὀφειλ-έτις, ιδος, Euripides Tragicus “Rhesus” 965.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ὀφείλω G3784 "schuldig zijn"; Grieks χρεωφειλέτης G5533 "";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin