G3870 παρακαλέω
ontbieden, toespreken, zich richten tot
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 108x voor in 19 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

parakaleo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

παρα-καλέω, -ῶ, [in LXX chiefly for נחם H5162 ni., pi.;] 1. to call to one, call for, summon: Ac 28:20 (R, mg.; R, txt., entreat); hence (of the gods: Dem., Xen., al.), to invoke, call on, beseech, entreat: τ. πατέρα μου, Mt 26:53; τ. κύριον, II Co 12:8; in late writers (Polyb., Diod., al.; rarely in LXX; in π., v. Deiss., LAE, 17614), also of men: absol., Phm 9; c. acc., Mt 8:5, Mk 1:40, Ac 16:9, al.; c. inf., Mk 5:17, Lk 8:41, Ac 8:31, al.; seq. ἵνα (v. M, Pr., 205, 208), Mt 14:36, Mk 5:18, Lk 8:31, al. 2. to admonish, exhort: absol., Lk 3:18, Ro 12:8, II Ti 4:2, al.; c. acc., Ac 15:32, I Th 2:11, He 3:13, al.; id. seq. inf., Ac 11:23, Ro 12:1, Phl 4:2, I Th 4:10, al.; seq. ἵνα (v. M, Pr., 205, 208), I Co 1:10, II Co 8:6, I Th 4:1, al. 3. to cheer, encourage, comfort (Plut., LXX: Jb 4:3, Is 35:3, Si 43:24, al.): c. acc., II Co 1:6, Eph 6:22, Col 2:2, al.; id. seq. ἐν, I Th 4:18; διά, II Co 1:4; pass., Mt 5:4, Lk 16:25, Ac 20:12.

SYN.: παραμυθέω (cf. M, Th., 25).


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks καλέω G2564 "roepen"; Grieks παρά G3844 "vanaf, van, bij, naast, vlakbij"; Grieks παράκλησις G3874 "smeekbede, verzoek, aansporing, vermaning, bemoediging"; Grieks συμπαρακαλέω G4837 "met anderen vertroosten";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij