G3961 πατέω
gaan, wandelen, treden, betreden
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pateo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πατέω, -ῶ,, [in LXX for דּרךְ H1869, etc.;] 1. intrans., to tread, walk: seq. ἐπάνω ὄφεων κ.τ.λ. (fig.), Lk 10:19 (cf. Ps 90 (91):13). 2. Trans., to tread on, trample: τ. ληνόν, Re 14:20 19:15 (cf. Jg 9:27, La 1:15, al.); of the desecration of Jerusalem by its enemies, Lk 21:24, Re 11:2 (cf. κατα-, περι-, ἐν-περι-πατέω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks καταπατέω G2662 "vertrappen, verachten"; Grieks παίω G3817 "slaan, beuken, steken"; Grieks περιπατέω G4043 "lopen, wandelen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel