G3965 πατριά
afkomst, stam, volk
Taal: Grieks

Onderwerpen

familie, clan, huis,

Statistieken

Komt 3x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

patria,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πατριά, -ᾶς, ἡ (< πατήρ), [in LXX chiefly for אָב H1, Ex 6:14, al., also for מִשְׁפָּחָה H4940, Ex 6:15, II Ki 14:7, Ps 21 (22):27, al.;] 1. lineage, ancestry (Hdt.). 2. = πάτρα (more common in cl.), a family or tribe (so sometimes in Hdt., in LXX of related people, in a sense narrower than φυλή and wider than οἶκος; v. Ex 12:3, Nu 32:28): Lk 2:4; in a wider sense (I Ch 16:28, Ps 21 (22):27), Ac 3:25(LXX), Eph 3:15.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

πατρι-ά,
  Ionic dialect πατρ-ιή, ἡ, (πατήρ) lineage, descent, especially by the father's side, ἐγενεηλόγησε τὴν π. τὴν Κύρου Herodotus Historicus 3.75, compare 2.143, NT.Luke.2.4.
__II ={πάτρα} II.2, clan, Herodotus Historicus 1.200, “Michel” 195.1 (Elis, 5th c.BC), 995 A 26 (Delph., 5th c.BC).
__II.2 family, LXX.Exo.12.3, al., NT.Eph.3.15. +NT
__III in plural, = patrum officia, Codex Justinianus 1.5.14.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πατήρ G3962 "vader"; Grieks πατριάρχης G3966 "aartsvader, voorouder, patriarch";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech