G3966 πατριάρχης
aartsvader, voorouder, patriarch
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 4x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

patriarchi̱s̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πατριάρχης, -ου, ὁ (< πατριά, ἄρχω), [in LXX: I Ch 24:31 (אָב H1), II Ch 19:8 26:12 (הָאָבוֹת H1 רֹאשׁ H7218), I Ch 27:12 (שַׂר H8269), II Ch 23:20 (שַׂר־הַמֵּאוֹת H8269,H3967), IV Mac 7:19 16:25*;] a patriarch: Ac 2:29 7:8, 9, He 7:4.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

πατρι-άρχης, ου, ὁ,
  (πατρι father or chief of a race, patriarch, LXX.1Ch.27.22, NT.Act.2.29, 7.8, NT.Heb.7.4. +NT
__II title borne by the Bishops of Rome, Constantinople, Jerusalem, Antioch, and Alexandria, Justinianus Imperator “Novellae” 3.2, etc. :— adjective πατρι-αρχικός, ή, όν, of or belonging to him, θρόνος prev. work 7 “Praef.” 1, compare “Codex Justinianus 4th-6th c.AD” 1.5.12.22.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄρχω G757 "voornaamste, leiden, besturen"; Grieks πατριά G3965 "afkomst, stam, volk";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel