G4095 πίνω
drinken
Taal: Grieks

Onderwerpen

Drank, Drinken,

Statistieken

Komt 74x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pino̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πίνω, [in LXX chiefly for שׁתה H8354;] to drink: absol., Lk 2:19, Jo 4:7, al.; c. acc. rei, Mt 6:25, 31, Mk 14:25, al.; of habitual use, Lk 1:15, Ro 14:21, al.; by meton., τὸ ποτήριον, I Co 10:21, al.; of the earth absorbing rain (Hdt., al.), He 6:7; spiritually, of the blood of Christ, Jo 6:53, 54, 56; seq. ἐκ (of the vessel), Mt 26:27, al.; id. (of the drink; Bl., § 36, 1), Mt 26:29, Jo 4:13, 14, Re 14:10, al.; ἀπό, Lk 22:18 (cf. ἀπο-, συν-πίνω; on the form πίεσαι, Lk 17:8, v. Bl., § 21, 8, and on the contr. aor. πεῖν, M, Pr., 44 f., Thackeray, Gr., 63 f.).

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks καταπίνω G2666 "opdrinken, opslokken, verslinden"; Grieks οἰνοπότης G3630 "wijndrinker, zuiper, alcoholist"; Grieks πιότης G4096 "vettigheid, vet"; Grieks πόμα G4188 "drank"; Grieks πόσις G4213 "drinken, drank"; Grieks ποταμός G4215 "stroom, rivier, stortvloed, overstroming"; Grieks ποτήριον G4221 "beker, drinkgerei"; Grieks ποτίζω G4222 "drank aanreiken"; Grieks πότος G4224 "drinkgelag, feestmaal"; Grieks συμπίνω G4844 "drinken met iemand"; Grieks ὑδροποτέω G5202 "udropotew";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Boeken algemeen