G4101 πιστικός
geloofwaardig, getrouw, vertrouwen verdienend
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 2x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pistikos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

*† πιστικός, -ή, -όν (πίστις), 1. having the gift of persuasion (Plat., Gorg., 455 A). 2. (a) of persons, faithful, trusty (Plut.); (b) of things, trustworthy, genuine: νάρδος π., Mk 14:3, Jo 12:3.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

πιστικός, ή, όν,
  (πίνω)
__A liquid, νάρδος NT.Mark.14.3, NT.John.12.3.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πίστις G4102 "geloof";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen