G4105 πλανάω
verdwalen, rondzwerven
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 40x voor in 14 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

planao̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πλανάω, -ῶ (< πλάνη), [in LXX chiefly for תּעה H8582;] to cause to wander, lead astray. Pass., to go astray, wander: Mt 18:12, 13, He 11:38, I Pe 2:25 (cf. Is 53:6). Metaph., to lead astray, deceive: c. acc. pers., Mt 24:4, 5, 11, 24, Mk 13:5, 6, Jo 7:12, II Ti 3:13, I Jn 1:8 2:26 3:7, Re 2:20 12:9 13:14 19:20 20:3, 8, 10; pass., to be led astray, to err: Mt 22:29, Mk 12:24, 27, Lk 21:8, Jo 7:47, II Ti 3:13, Tit 3:3, He 5:2, II Pe 2:15, Re 18:23; τ. καρδίᾳ, He 3:10; ἀπὸ τ. ἀληθείας, Ja 5:19; μὴ πλανᾶσθε, I Co 6:9 15:33, Ga 6:7, Ja 1:16 (cf. ἀπο-πλανάω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀποπλανάω G635 "verdwalen, afdwalen van"; Grieks πλάνη G4106 "ronddwalen, afdwalen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken