G4122 πλεονεκτέω
meer hebben, overtreffen, bedriegen, oplichten, afzetten, verschalken
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pleonekteo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πλεονεκτέω, -ῶ (< πλεονέκτης, q.v.), [in LXX: Hb 2:9, Ez 22:27 (בּצע H1214), Jg 4:11 B*;] 1. intrans., to have more, to have an advantage (cl., c. gen. pers.). 2. Trans., in late writers (v. M, Pr., 65), to overreach, defraud: c. acc. pers., II Co 7:2 12:17, 18; ἐν τ. πράγματι, I Th 4:6 (v. M, Th., in l.); pass., II Co 2:11 (as also in cl.; v. LS, s.v.).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πλεονέκτης G4123 "hebzuchtig, winziek";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel