G4128 πλῆθος
menigte, mensenmenigte, schare
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 32x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

plí̱thos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πλῆθος, -ους, τό, [in LXX chiefly for רֹב H7230, also for הָמוֹן H1995, etc.;] 1. a great number, a multitude (a) of things: ἰχθύων, Lk 5:6, Jo 21:6; φρυγάνων, Ac 28:3; ἁμαρτιιῶν, Ja 5:20, I Pe 4:8; τ. πλήθει, in multitude, He 11:12; (b) of persons: Ac 21:22 (WH, R, om.); c. gen., Lk 2:13, Jo 5:3, Ac 5:14; π. πολύ (πολὺ π.), Mk 3:7, 8; id. c. gen., Lk 6:17 23:27, Ac 14:1 17:4. 2. Of persons, c. art., the whole number, the multitude (in Plat., Thuc., Xen., al., = δῆμος, the commons, or-opp. to δῆμος-the populace): Ac 2:6 15:30 19:9 23:7; τ. λαοῦ, Ac 21:36; τ. πόλεως, Ac 14:4; πᾶν τὸ π., Ac 15:12; c. gen., Lk 1:10 8:37 19:37 23:1, Ac 4:32 5:16 6:2, 5 25:24.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks παμπληθεί G3826 "allen tezamen, iedereen"; Grieks πληθύνω G4129 "vermeerderen, doen gedijen, toenemen, gedijen"; Grieks πλήθω G4130 "vullen, vervuld worden";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Korting op je studieboeken